De beperkingen van elektrische voertuigen en de alternatieven

Van laadpaal tot schandpaal

Electrische voertuigen, (niet hybride), lijken een uitkomst als het gaat de uitstoot van CO2 tegen te gaan. Hoewel de reductie hiervan landelijk zeer gering is. De elektromotor is vrijwel vrij van emissie en de accu’s zijn niet kieskeurig als het gaat om het opladen. Ze hebben geen voorkeur voor de wijze waarop de stroom is opgewekt. (groen, kernenergie, bio)

Maarrrr ….. als we straks met een groot elektrisch wagenpark rondrijden wordt een geheel ander probleem actueel. “De laadpaal”.

Nu nog is de laadpaal, met de bijbehorende parkeerplaats, een privilege van de elektrische rijder. Duidelijke regelgeving omtrent het laden en de tijd dat hiervoor een parkeerplaats mag worden bezet, is er niet. Als straks een hele straat elektrisch rijdt komen we plek te kort voor alle laadpalen. De straat wordt dan erg vol met: Fietsenrekken, bomen, parkeerplaatsen, stoeptuintjes en laadpalen met snoeren. De parkeerdruk zal toenemen omdat de elektrische rijder een unieke parkeerplaats heeft bij de laadpaal. (“zijn” laadpaal) Voor de niet elektrische rijder blijft er nog maar weinig ruimte over om zijn voertuig te parkeren.

Er zijn meer twijfels over het praktisch nut van elektrische voertuigen. Mensen die lange afstanden moeten rijden, moeten er op kunnen rekenen dat er op de plaats van hun bestemming ook een adequate laadinfrastructuur aanwezig is, zonder hiervoor eindeloos rond te hoeven rijden. En wat als op de plaats van bestemming alle beschikbare laadpalen al in gebruik zijn, bijvoorbeeld in de ochtend spits, waar ga je dan heen? Een volgend dilemma is de laadtijd. Gaat iemand die ’s avonds thuis komt en zijn auto aan de laadpaal zet deze na, een paar uur opladen, van de laadpaal weghalen zodat een ander ook kan opladen? En wat als dit ’s avonds laat is….. Niemand gaat zijn bed uit om ’s nachts zijn auto te verplaatsen als deze is opgeladen zodat iemand anders er dan ook bij kan.

Is hybride dan de oplossing?

Hybride rijders zijn erg te spreken over het hybride concept. Zij hebben geen stress over de beschikbaarheid van de laadinfrastructuur. Natuurlijk zijn hybride voertuigen niet geheel ZE(zero emissie) maar komen wel aardig in de buurt en hebben niet het ongemak van oplaadstress en een beperkte actieradius.

Dan is er het punt van restwaarde. Nu kan nog bijna niemand de restwaarde van een elektrische auto bepalen. De leasemaatschappijen doen hun best maar wie wil er straks een 2e-hands elektrische auto kopen? Hoe zit het met slijtage en de kwaliteit van de accu’s? Dit maakt ZE/hybride rijden momenteel lastig.

Technische en infrastructurele problemen maken de keuze voor ZE-rijden, hybride rijden of conventioneel rijden lastig.

Openbaar vervoer?

Misschien is het openbaar vervoer (op wat voor wijze aangedreven dan ook) een goed alternatief. In de grote steden zeker een oplossing in combinatie met een fiets. In de streek een redelijk alternatief mits de beschikbaarheid van het OV op niveau is(tijd en plaats). Nationaal doet NS haar best om in de OV-vraag te kunnen voorzien, maar deze capaciteit is niet oneindig. Ook het spoor heeft zo z’n beperkingen. Internationaal zijn we nog niet zo ver. De footprint van het vliegverkeer is aanzienlijk en snelle internationale treinen zijn er beperkt vanwege de capaciteit op het spoor, die gedeeld moet worden met interlokaal vervoer van reizigers en goederen.

Hoe verder?

Bovenstaande overpeinzingen en eigen ervaringen leren dat een keuze voor het openbaar vervoer in de stadse omgeving in combinatie met de fiets, een goede zaak is voor zowel de reistijden als de milieu/ruimtebelasting. Interlokaal zal er nog het nodig moeten veranderen om de reizigers uit “de provincie” uit de auto te krijgen. En nationaal is de trein een goed alternatief voor de auto, echter qua kosten wint de auto het van de trein, zeker als je met 2 of meer personen in één auto zou rijden.(carpoolen)